Skip to main content

Voor mij is de betekenis van een veilige haven om te kunnen ontwikkelen steeds minder een plek waar alles perfect gaat volgens algemene normen, of waar mensen alle antwoorden hebben. Ik denk eerder aan een plek waar je even mag bijkomen. Waar de luwte ruimte geeft en de vuurtoren niet dwingend schijnt en een richting in duwt, maar wel laat zien: je hoeft het niet alleen te doen, er is een richting en er zijn mensen dichtbij.

Een plek waar je niet eerst hoeft uit te leggen waarom je moe bent, stil bent of anders reageert. Waar iemand niet direct analyseert, invult of oplost, maar gewoon even naast je blijft staan, begint met de relatie. Dat is ook wat ik heb met kleurrijk wortelen: dat mensen ruimte ervaren om, soms heel voorzichtig, weer vertrouwen, rust en veerkracht op te bouwen. Niet groots of spectaculair, maar juist in kleine momenten van creativiteit, aandacht en gezien worden.

Even een opfrisser met een uitnodiging voor verder kijken

Gisterenavond zat ik bij een bijeenkomst over kindermishandeling en huiselijk geweld. Niet direct het soort avond waarvan je denkt: lekker, even ontspannen de dag afsluiten. Meer zo’n avond waarna je stil naar huis rijdt en weer de opfrisser hebt gehad over hoe je gaat voor anders willen doen en kijken.

Voor mij voelde het ergens als een opfrisser. Een reminder. Een herinnering aan eerdere trainingen en gesprekken hierover. Soms denk je dat je bepaalde inzichten wel “hebt gehad”, netjes opgeslagen in een mapje in je hoofd, ergens tussen belastingaangifte en handige informatie om te bewaren. En dan blijkt zo’n avond dat dat mapje weer open moet.

Twee dingen bleven hangen.

Het eerste wat bleef hangen, was hoe snel we gedrag proberen te verklaren. Trauma, labels, autisme, ADHD, hechtingstoornis, we willen begrijpen waarom iemand doet wat hij doet. Logisch ook. Mensen houden van verklaringen. Het geeft grip, overzicht en liefst ook meteen een behandelplan erbij. En begrijp me niet verkeerd: ik ben geen expert of klinisch psycholoog en ik denk ook niet dat we ineens moeten stoppen met diagnoses of alles wat we weten over trauma. Daar zit ontzettend veel waarde in. Maar terwijl ik daar zat, merkte ik opnieuw dat ik zelf steeds meer een andere kant op beweeg. Minder alleen bezig met analyseren, verklaren of mopperen op systemen die vastlopen. Meer oog voor iets kleiners, maar misschien ook krachtigers: positieve ervaringen.

De laatste jaren wordt daar gelukkig ook steeds meer onderzoek naar gedaan, nu vooral bij kinderen onder de naam Positive Childhood Experiences (PCE’s). Het idee daarachter is eigenlijk verrassend eenvoudig: kleine positieve ervaringen kunnen enorm beschermend werken, de focus op de relatie, zelfs als iemand ook moeilijke dingen heeft meegemaakt.

  • Een veilige volwassene, die luistert zonder direct oplossingen te bieden
  • Ergens bij horen.
  • Een plek waar je mag zijn wie je bent.
  • Iemand die luistert zonder je meteen te willen fixen.

Geen spectaculaire oplossing misschien. Maar juist dat gewone blijkt vaak van blijvende betekenis.

Dat is hoopgevend

Want dat betekent dat heel veel mensen iets kunnen betekenen zonder hulpverlener te zijn, zonder alles te weten of iemand te hoeven “redden”. Gewoon in je eigen omgeving, in de kerk. Bij de koffie. In jeugdwerk. Tijdens een wandeling. In een appje. In even onthouden dat iemand een zware week had. In niet meteen gedrag willen verklaren, maar eerst gewoon mens zijn tegenover de ander. Want eerlijk? Mensen weten vaak zelf best waar het schuurt. Alleen zitten schaamte, schuldgevoel of angst regelmatig in de weg om dat hardop te zeggen. En dan helpt het niet altijd als wij meteen met analyses of oplossingen komen.

Soms helpt aanwezigheid meer.

En dat brengt me ook bij iets wat ik vaker hoor als dit onderwerp ook binnen kerkelijke context ter sprake komt:

“Maar hier hebben we toch gezinnen die het goed hebben? Aardige mensen, mooie huizen, stabiele banen, betrokken mensen…”

En ergens snap ik die reactie ook wel. Het is een prettige gedachte dat onveiligheid zich netjes laat herkennen aan wat we aan de buitenkant zien. Dat je het kunt aanwijzen. Dat problemen wonen op adressen met afbladderende verf en niet tussen de keurige voortuinen.

Dat zou overzichtelijk zijn. Alleen werkt het leven meestal niet zo netjes mee.

Onveiligheid, verwaarlozing of emotionele afwezigheid trekken zich weinig aan van salarisstroken of naast werk je inzetten voor andere goede dingen. Soms gaan patronen generaties mee zonder dat iemand nog doorheeft dat het eigenlijk anders zou mogen voelen. En toch wil ik daar niet over oordelen, als is die neiging er wel snel. Iets met van generatie op generatie. Eigenlijk wil ik juist andersom en anderen die dit met mij mee doen. Om iets anders te laten zien en vooral hoe het werkt. De grond bewerken, zodat er gezaaid en geoogst kan worden.

Want als positieve ervaringen zóveel verschil kunnen maken, dan betekent dat ook dat wij, als gemeenschap, kerk, buren, vrienden, vaker verschil maken dan we zelf denken.

  • Niet door alles te weten.
  • Niet door overal iets achter te zoeken.
  • Niet door mensen te “redden”.

Wel door kleine, menselijke dingen.

Blijven groeten van een buurvrouw. Aanbellen bij een jonge moeder met een baby die overprikkeld is door pijn of jeuk en daardoor een moeder die overloopt. Even met de baby wandelen zodat zij kan slapen. Een jongere en de ervaringen en wensen serieus nemen. Ruimte maken voor een eerlijk gesprek zonder haast. Iemand niet afschrijven op gedrag, maar eens een kop koffie aanbieden, nieuwsgierig blijven naar de mens erachter en leren luisteren. Dat zijn misschien wel de momenten waarop positieve herinneringen ontstaan. Kleine ervaringen van veiligheid, rust en gezien worden. Dingen waarvan iemand jaren later misschien zegt: daar voelde ik me even niet alleen.

En misschien begint zorgzame aandacht precies daar.

  • Niet bij verklaren.
  • Niet bij invullen.
  • Niet bij de buitenkant die geruststellend oogt.

Maar bij de moed om iets positiefs te doen, hoe klein ook.

Meer lezen over Positive Childhood Experiences (PCE’s):

Leave a Reply