Skip to main content
In de vorige blogs namen we de pruimenboom in de tuin als beeld voor gesprek met kinderen aan onze keukentafel, en keken we naar de zoektocht naar een dorp. We zagen hoe snel we vervallen in controle, aannames, oordelen en zelluf doen, terwijl een mens juist snakt naar een veilige plek om te wortelen. Maar als we het hebben over het missen van dat ‘dorp’, dat netwerk dat een kind en een gezin opvangt en draagt, waar begint dat dorp dan dichtbij huis? Waar vinden we die veilige haven in de praktijk van alledag? Dat brengt ons bij de plek die we zondags zo goed kennen: de kerkelijke gemeente en het kinder- en jeugdwerk.
Het hart van een veilige plek: gezien worden
Hoe bouw je nu een gemeente waarin elk kind en ook ouders zich werkelijk veilig, gezien en gedragen voelen? Al enige tijd is mij steeds duidelijker geworden dat ik wil bijdragen aan veilige havens. Dat elk kind zich veilig, gezien en gesteund voelt, thuis, in de klas, en in het bijzonder in de kerk. Kinderen met grote emoties of unieke behoeften hoeven niet ‘gefixt’ of weggestuurd te worden; het is aan ons volwassenen om met elkaar een bedding te creëren waarin ze werkelijk mogen behoren.
Niet waterdicht te krijgen (en dat is de genade)
Als kerk willen we zo graag dat de kinderkerk, de catechisatie, clubs of de jeugdvereniging voor iedereen een veilige plek is. En net als in de maatschappij zie je soms de neiging om te grijpen naar protocollen, theorieën, ingehuurde experts en handboeken. Veiligheid moet immers geregeld worden. Zeker na alle pijnlijke berichten in de media schieten we al gauw in de kramp van de controle. Natuurlijk zijn afspraken belangrijk, maar de harde waarheid is: je kunt veiligheid niet volledig dichttimmeren met jeugdbeleid en protocollen. Als een gemeente alleen nog droomt van een ‘waterdicht systeem’, verandert de kerk van een levend lichaam in een risicomijdende organisatie met angst om het niet goed te doen. Hoe creëren we dan wél een plek waar kinderen en jongeren veilig zijn en mogen opbloeien? Door te starten met stappen om hier samen in te groeien.
Een veilige haven bouwen in de gemeente vraagt om een andere blik. Niet kijken vanuit angst, maar handelen vanuit liefde en genade:
Veilige haven (aanwezig zijn & jezelf reguleren)
Veiligheid voor kinderen begint bij de zelfregulatie en rust van de volwassenen. Dit gaat over ons eigen zenuwstelsel. Pas wanneer wij zelf rust ervaren, kunnen we een anker zijn voor een kind. Als je merkt dat je eigen spanning oploopt bij een kind, vraag je rustig aan een andere jeugdwerker om het even over te nemen. Je hoeft het niet allemaal zelf te kunnen.
Ruimte voor andersheid
Elk kind draagt een “onzichtbare koffer” mee als deze in de kerk komt en een heeft een andere “window of tolerance”. Laten we nieuwsgierig zijn naar wat er achter gedrag schuilt. In plaats van te denken ook daar is zij die altijd door de vertelling heen praat, bedenk je dat het een reden heeft om dit te doen. Zoek vooraf even contact wanneer het nog rustig is en bedenk dat het wellicht behoefte heeft aan extra aandacht of juist nog meer wil hebben over wat wordt vertelt uit de Bijbel.
Ander(s) laten zijn
Bouw aan onvoorwaardelijke verbinding “Ik mag hier blijven, ook als het even moeilijk is” en je inleven in de binnenwereld van het kind én jezelf. Ontdek hoe speelsheid en plezier de verbinding versterken. Zeg tegen een kind dat net witheet wegliep en wilde weglopen: “Je hoeft niet buiten te blijven, kom maar even hier naast me zitten, je hoort er gewoon bij. Als je je weer minder boos voelt kunnen we weer terug naar de groep.” Je kan een kind ook door iemand even laten meenemen even iets drinken, even samen iets doen en wanneer er weer rust is weer samen teruggaan.
Steunende taal
Communicatie ontstaat vanuit de binnenwereld. Feitelijke en empathische steunende taal verlaagt de stressreactie en brengt rust, in plaats van wollige of corrigerende zinnen die de spanning juist verhogen. Zeg geen vermanend “Gedraag je nu eens netjes”, maar benoem rustig feitelijk wat je ziet: “Ik zie dat het je even te veel wordt in deze drukke kring, heb ik dat goed gezien?” Vervolgens kan het kind aangeven wat er speelt of instemmen en kan hij of zij  bijvoorbeeld even samen iets met een andere kind- of jeugdwerker iets doen voor meer rust.
Ander(s) begrenzen
Zie grenzen niet als straf, maar als helpende kaders (zoals een cocon voor een rups of een hek om een tuin) die voorspelbaarheid scheppen. Grenzen worden gesteld vanuit verbinding en liefde, zonder irritatie. Zet de knutselspullen na afloop rustig aan de kant en rustig: “De tafel is nu leeg, we ruimen samen op zodat iedereen weer overzicht heeft.”
Gedragen onder Zijn vleugels
Uiteindelijk is het bouwen van een veilige haven geen menselijke prestatie die we even ‘fixen’ met de juiste methodes of regels. Het is een afspiegeling van Gods eigen hart. Zoals Psalm 61:5 zo mooi zegt:
“Ik wil voor eeuwig verblijven in uw tent, schuilen onder de beschutting van uw vleugels.”
Dat is precies wat we voor de kinderen in onze kerk mogen zijn: een kleine, aardse tent. Een plek waar de storm buiten kan razen, maar waar ze de beschutting ervaren van liefde, geduld en genade.
Veel gezinnen lopen op hun tandvlees en dragen een hoop stress achter de voordeur. Als gemeente mogen we elkaars vangnet zijn: een maaltijd koken, een luisterend oor bieden of er gewoon even zijn om op te passen of een kind te laten logeren. Het bouwen van een veilige plek in de kerk vraagt het lef om te vertrouwen op de Geest die werkt in harten, niet in beleid en protocollen. Laten we als gemeente ook een veilige haven zijn waar naar elkaar wordt omgekeken. Waar we de moed hebben om geduldig af te wachten, oprechte vragen te stellen en elkaar de ruimte te gunnen zonder afstandelijk te worden. Zodat kinderen en jongeren mogen ontdekken dat hun wortels mogen rusten in een bodem die diep en onvoorwaardelijk gedragen wordt. Je hoeft het niet alleen te doen, en zij ook niet. Laten we samen die veilige haven zijn.

Leave a Reply